|
|
'De toegang naar rijk bezit. ’ Hekken van buitenplaatsen aan de Vecht 22 april 2009 t/m 3 januari 2010
Afbeelding Hek VreedenHoff, uit Hekken in Nederland, Peter Meijer, 2002 Dit begon met houten hekken, in de periode daarna smeedijzeren en gietijzeren hekken. Deze waren niet meer alleen bedoeld als ‘verdediging’ (defensief), maar deze omheining en toegang tot de buitenplaatsen was ook een doorkijk naar rijk bezit, die één geheel vormde met architectuur en tuinaanleg. De vervaardiging van de smeedijzeren en gietijzeren hekken kan de Gouden Eeuw van de smeedkunst worden genoemd: variërend in stijl van eenvoudig classicistisch tot uitbundig rococo. Een aantal is gemaakt door grote kunstenaars als Jean Tijou en Daniël Marot vaak naar voorbeeld van de Franse hekken bij adellijke tuinen en kastelen. Ook aan de rivierzijde van de buitenplaatsen was vaak een hek: een waterhek. Bezoekers konden daar aan land. Zeldzamer was een waterbank, een soort steigerterras aan het water. Hier kon men afmeren met de boot, maar ook zitten, thee drinken en kijken naar wat er zich afspeelde op de Vecht. De functie was vergelijkbaar met die van de theekoepels: kijken en bekeken worden, maar dan in de open lucht. Hoewel een aantal van deze hekken vanaf de 18e eeuw in verval is geraakt, gesloopt of verkocht, is een deel gelukkig voor de Vechtstreek behouden. Zij vormen een uniek cultureel erfgoed. De tentoonstelling toont met foto’s, gravures en maquettes fraaie voorbeelden van bestaande en verloren gegane hekken van smeedijzer en gietijzer. De uitgebreid gedocumenteerde restauratie van o.a. de hekken van Doornburgh en Vreedenhoff laat zien dat er vandaag de dag nog veel inspanningen worden verricht om dit cultureel erfgoed in stand te houden.
|